Wow, stenen!

Posted on Monday, August 13th, 2012 | 0 comments

Wow, stenen!

Wow, stenen!

Dat was mijn eerste gedachte toen ik de eerste beelden van ruimteverkenner Curiosity zag. Wat had ik dan verwacht, was mijn tweede gedachte. Mijn tweede gedachte komt van mijn innerlijke commentator. De stem die zegt: “Gedraag je eens naar je leeftijd. Het zijn stenen, en dus?”

Ik denk dat ik niet de enige ben met zo’n nare innerlijk commentator. Zo’n – excusez le mot – azijnzeiker. Als mijn innerlijke commentator een persoon was dan was het Danny Nelissen. Iemand die bij voorbaat zuur doet en altijd kritisch is. Natuurlijk is dat ook de enige reden dat de innerlijke commentator niet allang is vergaan: hij is niet alleen kritisch op momenten waarop het niet nodig is, maar ook op momenten wanneer het wel nodig is. De innerlijke commentator is de stem die zegt: “Het lijkt me verstandiger dat je gewoon de deur uit gaat in plaats van je Spiderman te wanen en hier op twaalf hoog het raam uit te gaan.”

Toegegeven, zoiets is nuttig. Maar de innerlijke commentator ontneemt ook een hoop plezier. Zo heb ik lange tijd geen plezier beleefd aan schrijven. “Wie denk je wel niet dat je bent? Wie wil die stukjes van jou nou lezen?” en “Als je dit onzinnige stuk schrijft en publiceert, komen mensen er vanzelf wel achter dat je niet kan schrijven.” Ja, dat is zo, dacht ik dan weer. En dan ging het schriftje dicht nog voor ik ook maar een zin geschreven had.

Onlangs raakte ik in gesprek met iemand die ook graag wilde schrijven, maar volgens mij de innerlijke commentator als gezagvoerder had. Ik kon haar van allerlei advies voorzien voor hetzelfde probleem dat ik voor mezelf nooit op wist te lossen. Als we in deze wereld problemen met elkaar konden ruilen, dan zou er geen probleem meer zijn. Ik besloot daarom mijn eigen advies eens op te volgen. De innerlijke commentator heeft hier zijn podium gehad en ik ga gewoon verder met schrijven. Schrijven is iets dat je gewoon moet doen en vooral moet blijven oefenen, oefenen, oefenen. Maar toen diende het volgende probleem zich aan (of was het een excuus, aangedragen door de innerlijke commentator?): waarover moest ik schrijven? Mijn dag? Wie interesseert dat? Hoe ik het probleem in het Midden-Oosten denk op te lossen? Wie denk ik wel niet dat ik ben?

Alles is de moeite waard om vast te leggen, je hoeft alleen maar je ogen te openen. Maar er is om ons heen zoveel moois dat we allang niet meer zien. Maar soms, een fractie van een seconde, zie je het en besef je het voor de innerlijke commentator je censureren kan. Dat had ik dus met de stenen op Mars. Ik had niets spectaculairs verwacht, maar het was zo normaal en dat was precies het opmerkelijke. Zand, zandheuvels, stenen. Aluminiumhoedjes over de hele wereld zijn er allang uit dat het beelden zijn van een woestijn in Californië, maar ik weiger dat.

Ik geniet, net veel anderen, van het vol verwondering kijken naar een andere wereld. Veel innerlijke commentatoren kunnen de verwondering over Mars tolereren, maar eigenlijk zijn het ook maar gewoon stenen. Denk je werkelijk dat mensen $2.5 miljard over hebben voor zomaar een paar kiekjes van stenen? Het is een fors bedrag om te kunnen zeggen “er liggen stenen op Mars”, maar het is een klein bedrag om eventjes weer kind te zijn. De innerlijke commentator het zwijgen opleggen en eventjes de kinderlijke verbazing kunnen voelen bij het zien van stenen is namelijk onbetaalbaar.

Leave a Reply

avatar

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  Subscribe  
Notify of